![]() |
|||||||
![]() |
![]() |
||||||
![]() |
|||||||
![]() |
|||||||
![]() |
|||||||
![]() |
|||||||
Artikelen
De onmisbare rol van de vader in de opvoeding
Aan het begin van de 21ste eeuw is het de moeite waard om even stil te staan bij de figuur van de vader. In onze samenleving zijn er zowat 470.000 éénoudergezinnen. Daarin vertegenwoordigt in ongeveer 80% van de gevallen de moeder het voogdijschap. In sommige andere landen is dit verschijnsel nog extremer. In Amerika woont 40% van de kinderen bij de moeder. 20% van hen zien hun natuurlijke vader niet meer dan éénmaal per jaar. Indien bij ons de vader dan toch aanwezig is in het gezin en de opvoeding, wordt hij in zijn opvoedende rol belemmerd door zijn drukke bezigheden. Een werkende papa heeft per dag gemiddeld 25 minuten de tijd om iets samen met zijn kind te doen. Op zondagen is er een vermeerderde aandacht. De vaderrol is de laatste decennia ontwaard. Vele vaders zijn op zoek naar hun identiteit, of hoe het is om vader te zijn. Vroeger zorgde de vader voor de financiële basis van het gezin en bracht de kinderen in de samenleving. De kinderen werden door de moeder opgevoed. Maar onze samenleving ging over van strenge autoriteit naar individueel welzijn en samenspraak De machtige vaders aan het hoofd van de gezinstafel verloren hun profiel. Maar ook in de politiek en de religie worden de burgervader en de kerkvader besproken. Bovendien werden vaders die in scheiding gingen, tot voor kort massaal uit hun pedagogische rol gezet door een bezoekrechtsysteem (nu “omgangsrecht”). Dit minder aanwezig zijn van de vader in de opvoeding is echter niet zonder gevolgen. De in de opvoeding ontbrekende of mistige vaderfiguur, maakt dat het kind minder besluitvaardig is en minder sociaal weerbaar. Er is dan een grotere neiging naar genotsmiddelen mogelijk. Men zoekt aanhang bij sterke, leidinggevende figuren of groeperingen. In de samenleving vinden we dit terug onder de vorm van een neiging naar drugs en alcohol en een vergrote aanhang bij een meer extreem georiënteerde politieke partijen. Opgegroeide meisjes uit een vaderzwakke opvoeding zijn later meer uitdagend naar mannen toe. Sommigen zullen een relatie aangaan met een oudere man. Zonen kunnen later of angstig zijn van een vrouw, of andersom te aanhankelijk worden. De meeste moeders zoeken een vervangvader (de stiefvader, opa …) of een leenvader (de trainer, de leraar …) voor het kind. Dat is ondersteunend. De betere oplossing ligt vooral in een aangepaste, goed overwogen reïntegratie van natuurlijke vader in de opvoeding van het kind!
De moderne vader is op de eerste plaats een aanwezige, betrokken vader. Hij heeft een voorbeeldfunctie voor zijn kind. Hij trekt grenzen, maar die zijn bespreekbaar. Hij stimuleert zijn kind tot zelfstandigheid en creatieve betrokkenheid in de samenleving. Hij is al liefdevol en verzorgend betrokken bij de baby, en praat met hem. Tot ongeveer 10 jaar geeft hij vooral (bespreekbare) regels aan zijn kind. Binnen het speelveld van regels is hij een coach in de opvoeding, en gaat hierbij gevoelens niet uit de weg. Later zal hij naast een vader, ook een vriend zijn voor zijn tiener, en gaat hij meer af op motivationele gesprekken. Hij moedigt aan, hij motiveert. Hij is een democratische opvoeder en gaat wel eens in debat. Hij zorgt er ten allen prijze voor dat er geen breuken komen. De masculinaire vader weet dat ieder mens, en zeker ieder kind in zijn opgroei moet kunnen rekenen op twee fundamenten: waardering en intimiteit.
Johan Thienpondt, psychoanalyticus.
Parttime vaderschap: niet voor watjes!
Bron: NRC handelsbald, 5 april 2003
Auteur: Daphne van Paassen
Vader kan niet goed voor de kinderen zorgen. Hij kan het huis niet opruimen. Vader is een sukkel. Vinden veel vrouwen. En de overheid deelt die mening blijkbaar, gezien de aard van de huidige campagne 'mannen in de hoofdrol'.
Op zijn tenen sluipt de vader in een KPN-spotje voor ADSL naar de slaapkamer van zijn zoon. Hij gooit de deur open om zijn vaderlijk gezag te laten gelden. Maar in plaats van zoonlief te betrappen op internetten, ziet hij hem braaf zijn huiswerk maken. Zogenaamd. Want onder het wentelbare bureaublad zit een bedieningspaneel voor internetspelletjes dat wordt teruggeklapt zodra de gefopte vader zijn hielen heeft gelicht.
In reclamespotjes en sitcoms is vader een sukkel zonder gezag. Zijn vrouw is doorgaans veel praktischer en slimmer, zijn kinderen gehaaid. Maar pappa is een nar. Zelfs in de nu lopende overheidscampagne 'mannen in de hoofdrol', die mannen wil aansporen meer huishoudelijke en zorgtaken op zich te nemen, is vader in alle spotjes een oetlul die door een bitse vrouwenstem tot de orde wordt geroepen.
Vaders worden niet voor vol aangezien. Hun traditionele rol zijn ze aan het verliezen, maar ze hebben ook geen nieuwe plek veroverd. Ze zijn niet meer onmisbaar als kostwinner, hoofd van het gezin en - door de mogelijkheden van kunstmatige bevruchting - zelfs niet meer als verwekker. Er zijn steeds meer gezinnen waarin de vader ontbreekt (één op de zes) en het aantal hoogopgeleide vrouwen dat voor kiest voor een gezin zonder man groeit.
De indruk wordt zo langzamerhand gewekt dat de vader overbodig is, meent Anthony Clare, psychiater en auteur van het boek On men. Want wat is de rol van de vader als zijn traditionele taken net zo goed door een moeder kunnen worden vervuld?
Maar er lijkt een emancipatiebeweging te ontstaan die pleit voor de herdefiniëring van het vaderschap. Geen groep van softe new-age-mannen, maar gewone 'vinex-vaders' die op hun eigen mannelijke manier willen vaderen. Ze discussiëren met elkaar via het forum van de site www.ikvader.nl.
Kees van der Meer, psychotherapeut en zorgvader van drie dochters, ziet het in zijn praktijk, op het forum van ikvader.nl en bij hem thuis: vaders moeten steeds meer participeren in de opvoeding, maar krijgen en nemen niet de ruimte om dat op hun eigen manier te doen. ,,Vrouwen - of ze werken of niet - ervaren de opvoeding nog steeds als hun domein. Vaders moeten de kinderen verzorgen zoals de moeders het doen en worden zo al snel een soort tweederangs moeders.'' De man als oproepkracht in het moederbedrijf.
Tijl Hekma, interieurontwerper en vader van een dochter en zoon, zorgde toen zijn dochter geboren werd vier dagen per week voor haar. ,,De eerste maanden had mijn vrouw verlof en deed ik het precies zoals zij wilde. Ik had het idee dat zij beter aanvoelde hoe de dingen moesten. Maar ook daarna voerde zij volledig het management. Tegenwoordig leidt dat wel tot meer conflicten omdat ik, nu de kinderen uit de babyfase zijn en ik meer in mijn rol gegroeid ben, ook mijn ideeën heb.'' Inmiddels zorgt Hekma nog maar één dag in de twee weken voor de kinderen omdat die nu ook naar de crèche gaan.
Uit verschillende onderzoeken blijkt inderdaad dat moeders de neiging hebben vaders buitenspel te zetten door zich steeds te bemoeien met de vader. Ze corrigeren hem bij het geven van de fles, verbijsteren zich hardop over de klerencombinatie die pappa het kind heeft aangetrokken en grijpen snel in als de baby dreigt te gaan huilen.
In Het vaderinstinct haalt de Britse onderzoeker en journalist Adrienne Burgess studies aan waaruit blijkt dat het gedrag van de vrouw de mate bepaalt waarin de vader bij de zorg betrokken is. Recent Nederlands onderzoek bevestigt dat. Socioloog Vincent Duindam van de Universiteit Utrecht bekeek welke factoren bepalen of mannen minder gaan werken. In het onderzoek dat Sociale Zaken liet uitvoeren aan het begin van de campagne 'Mannen in de hoofdrol' zei een behoorlijk aantal mannen dat ze meer zouden zorgen als ze minder commentaar van hun vrouwen zouden krijgen.
Vaders moeten weer het gevoel krijgen dat ze nuttig en nodig zijn, vindt Henk Hanssen, oprichter van de website www.ikvader.nl. Want dat zijn ze. ,,Uit allerlei onderzoeken blijkt dat kinderen het beter doen als ze een betrokken vader hebben die meer tijd met ze doorbrengt dan de tien minuten na zijn werk. Ze doen het beter op school, zijn sociaal competenter, kunnen beter met stress omgaan. Meisjes zijn beter in wiskunde, jongetjes vertonen minder agressief machogedrag.''
Hoewel mannen niet een radicaal andere opvoedstijl te hebben, zíjn ze wel anders. Ze nemen meer risico's (wat volgens Burgess resulteert in een vroegere dood, maar ook in verbluffende successen), ze zijn veel zelfverzekerder, twijfelen minder aan het eigen kunnen en ze uiten hun woede makkelijker. Absoluut kwaliteiten waarvan een kind wat kan leren.
Hanssen, Van der Meer en Hekma vinden van zichzelf dat ze wilder met hun kinderen omgaan dan hun vrouwen en van tevoren minder regels hebben. Van der Meer: ,,Ik heb het idee dat vrouwen van tevoren bedenken wat mag en wat niet, terwijl mannen pas ingrijpen als ze er last van hebben. Voor jonge kinderen is de vrouwelijke manier waarschijnlijk duidelijker, maar als ze wat ouder zijn, zo vanaf een jaar of vijf, is de vrijheid die ze van mannen krijgen ook wat waard.''
Zeker voor jongetjes zijn de mannelijke kwaliteiten belangrijk. In het Haarlems Dagblad maakte hoogleraar pedagogie Louis Tavecchio zich onlangs zorgen over het gebrek aan leraren in het onderwijs. Meisjes doen het in alle opzichten beter op school en hij verklaart dat uit het feit dat jongens explorerend leren, terwijl meisjes zich meer aan de regels houden. De meisjesmanier is tegenwoordig de norm in het door vrouwen gedomineerde onderwijs. Om de jongetjes te 'redden' moeten vaders zich meer met de opvoeding bemoeien, opperde Tavecchio.
Voor mannen die meer tijd willen besteden aan opvoeding is het aan te bevelen om kennis te nemen van de belemmeringen die er zijn. Het mee doen aan de Barrière Meter biedt dan uitkomst.
nalatenschap
Van het Compadres-forum
Nalatenschap Als docent in het voortgezet onderwijs heb ik elke dag te maken met jongens en meisjes die zoekende zijn; aan de buitenkant schijnbaar onverschillig maar van binnen hunkerend naar echte ontmoetingen. Ik kan me nog goed herinneren dat er een aantal jaren geleden een artikel verscheen in de volkskrant getiteld ‘de generatie van het niks’. Deze krantenkop raakte me flink onder de gordel en ik voelde me persoonlijk aangevallen. Hoezo NIKS! In de jaren volgend op dit inslagmoment rijpte het besef dat ik en mijn generatiegenoten de voorbeelden voor deze jongeren zijn. Eigenlijk is dus het –niks-, dat op de jongeren slaat een gevolg van een voorgeleefd niks. Wát geven wij onze kinderen mee? Wát leven we onze kinderen voor? Waar bevragen we hen op? Wat hebben zij werkelijk nodig om zich te ontwikkelen? Een gedachte die onlangs bij me opkwam was; zou het kunnen zijn dat we ons zelf wat teruggetrokken hebben, voortkomend uit een teleurstelling? Teleurstelling over hoe onze nakomelingen omgaan met de door ons verworven rechten, plichten, waarden? De vanzelfsprekendheid van bepaalde opvoedingswaarden is verdwenen; respect voor een oudere/ verantwoordelijkheid nemen voor je eigen vuil/ autoriteit is er niet vanzelfsprekend maar moet je verdienen/…………………Kunnen we zelf eigenlijk werkelijke interesse opbrengen voor onze jongeren en zien dat zij iets anders willen omdat zij als generatie, andere vragen en mogelijkheden hebben? En wat is dan dat andere dat ze willen? De levensbron In het type voortgezet onderwijs waar ik lesgeef, de Vrije School bieden we rond het zeventiende jaar een lessencyclus aan, genaamd ‘de Parzival periode’. Rudolf Steiner gaf aan het begin van de vorige eeuw deze leerplan handreiking mee en wees daarmee op het belang van een verdiepingsmoment in deze specifieke leeftijdsfase. Als docent van deze speciale periode heb je mijns inziens de opdracht om naar een vorm te zoeken die specifiek voor deze generatie en dus tijd is. Parzival staat voor de nieuwe mens die op zoek is naar de graal. De graal is in alle legenden datgene wat aan een ieder voeding geeft. Ergens in je leven kom je als een jonge dwaas in de graalsburcht, zie je de levenschenkende werking van de graal en ontmoet je de zieke graalskoning; door een ongeluk, door een ziekte, doordat je iets hebt gezien of gehoord, of doordat je iets hebt meegemaakt waarvan je schrok of………. Op dat moment ben je niet in staat om de impact van deze ervaring te overzien maar het blijkt een motief in de rest van je leven te worden. Wanneer de jaren van het verstand rijpen wordt het verlangen om opnieuw de graal onder ogen te komen groter. Om de graalsburcht te vinden dient hij het aardse leven in alle facetten te leven om uiteindelijk mededogen te ontwikkelen. Hierdoor is hij in staat om de zieke graalskoning te vragen naar de aard van zijn lijden. We raken hier een thema wat haaks lijkt te staan op onze huidige antwoordencultuur. Kennis lijkt belangrijker dan wijsheid. Op vroege leeftijd worden onze jongeren onderworpen aan toetsen. In eerste instantie nog speels maar allengs wordt de fuik van het juiste antwoord produceren smaller en smaller. Ik zie om me heen gebeuren hoe jongeren gek worden van de hoeveelheid toetsen. Ieder deelvak heeft zo zijn redenen om af te checken wat voor het uiteindelijke examen straks vereist is. ……..de kinderen worden er ziek van. De zieke graalskoning kan alleen genezen worden door ‘een reine dwaas’. Iemand die nog in staat is om met een kinderlijke openheid naar hem toe te komen en te vragen wat er scheelt……….,het gebied in je dat in staat is om jezelf te vragen –Wat heb ik nodig om….?- Manzijn versus vrouwzijn In de lessenreeks zoals ik die geef werken we aan de herkenning en erkenning van de archetypes die in en om ons heen leven. De oerbeelden van waaruit veel gedragingen af te leiden zijn. Vanuit de visie -we zijn allemaal mens, maar de een is een mens in een mannenlichaam en de ander is een mens in een vrouwenlichaam-, werk ik aan begrip over je eigen sekse en die van de ander. Zo zijn er twee dagen ingericht waarbij de jongens en de meisjes elkaar ontmoeten in hun zuster cq broederschap. De jongens creëren hun ruimte en richten deze zo in dat zij op zeker moment daar een voor een de meisjes ontvangen en hen iets laten ervaren van het jongenszijn. Andersom gebeurt precies het zelfde. Ik was verrast hoe archetypisch de jongens- en de meisjesontvangsten waren. De meisje werden ingewijd in een sfeer die bijzonder vormkrachtig was. Met een stevige choreografie en in een tempelachtige setting werd het meisje bij binnenkomst geblinddoekt en letterlijk de grond onder haar voeten weggehaald, door haar naar binnen te dragen. Er werd met gepaste afstand een rituele handeling voltrokken waarbij zij in het middel zat en in het licht werd gezet. E(meisje); …toen ze vlak bij waren bleven ze even staan en zette toen de kaarsjes neer. Dit alles ging met zoveel gevoel, echt heel mooi gedaan. Ik verwachtte iets krachtigs of iets met geweld, maar dit ging helemaal tegen alle verwachtingen in. Heel bijzonder ook hoe je werd opgepakt, met zoveel gevoel en respect. Het voelde heel veilig en de jongens vormden echt een eenheid. De jongens werden zeer lichamelijk in de wereld van het gemoed ingewijd: de meiden kwamen érg dichtbij. O(jongen); Ik moest mij eerst flink door een gang van ‘bumpers’ wurmen. Daarna werd ik door elk meisje omhelsd waarbij ik merkte dat niet alle omhelzingen het zelfde voelden. Tot slot werd ik bestookt met rare verhalen over de ongesteldheid. Ik dacht echt van wordt dit opgeblazen of is het echt zo erg. Het resultaat wat in de uitwisseling nadien naar voren kwam was een wederzijdse dankbaarheid naar de andere sekse toe over een blik in die andere wereld. “de jongens gaven zich bloot’ en “ik voelde me heel bijzonder bij hen”. Op deze leeftijd waar de meisjes over het algemeen op de mannelijke leeftijdgenoten neerkijken was het des te waardevoller om de trots in de ogen van de meisjes te zien, op ‘hun’ klasgenootjongens. Voor de jongens was het bijzonder heilzaam om de waardering voor deze actie, die voortkwam uit broederschap, van de meisjes te krijgen. Eigentijdse Initiatie Gedurende deze periode doen ook alle leerlingen een ‘moedsproef’. Zij leggen in de klas getuigenis af van hun proef en leren elkaar daarmee iets over de kracht van kwetsbaarheid. Wanneer zij niet zelf met iets komen bied ik hen de mogelijkheid aan om een proef vanuit het archetype te doen. De jongens zoeken een maatje die ze -in contact en goed geaard- voluit met vlakke hand op de blote borst slaan,………een mokerslag. Er wordt door mannen zoveel en zo makkelijk geslagen waarbij dingen en mensen kapotgeslagen worden. Hier leren zij om de slag die er aan de buitenkant hetzelfde uitziet te gebruiken om de ander door de angst heen (in elkaar geslagen te worden) te helpen en juist meer in zijn lichaam te laten komen. Dit is zowel voor de gever als de ontvanger een echte moedsproef. De meisjes bied ik aan om van de ‘hotseat ’gebruik te maken. Zij zijn archetypisch degenen die elkaar emotioneel in elkaar slaan en zo onnodige schade aandienen. Diegene die op de hotseat zit krijgt tegenover zich enkele andere leerlingen zitten die vertellen waar zij last van hebben in relatie met diegene. Het zijn klappen die hard aan kunnen komen maar omdat ze in contact gebeuren en met respect gezegd worden, uiteindelijk een zegening zijn. Het is voor mij duidelijk dat een dergelijk ritueel wat in vroegere tijden door de mannen en de vrouwen afzonderlijk gedaan werd nu in bijzijn van de andere sekse de voorkeur geniet; zij het met de nodige inachtneming van een veilige setting. Overgave De dag erop hebben we een zweethut gedaan. Eerst de jongens en daarna de meisjes. Het was opvallend hoe weinig tijd de jongens nodig hadden om zich over te geven aan het donker, de hitte, het nieuwe. Het was fijn dat zij woorden konden geven aan de last, het ongemak of de verwondering; “Licht in m’n hoofd, pijn in m’n spieren, te heet ………………”. Toen de rondes voorbij waren, en iedereen buiten op het grasveld lag werd duidelijk dat een aantal jongens nog niet helemaal terug in hun lichaam waren en daarbij geholpen moesten worden. Jos, de ceremonieleider begeleidde dit uiterst zorgvuldig en wist een ieder er uiteindelijk weer in te krijgen. M(jongen); Tijdens de tweede ronde ben ik erg diep mijn lichaam in gegaan en ook in de emotie. Bij mijzelf is een heleboel emotie die vast zat vrijgekomen wat daarna wel een erg vrij gevoel gaf. Ik kon alleen eerst moeilijk opstaan en lopen en voelde de grond in de letterlijke zin niet onder mijn voeten. N a een flinke hoeveelheid eten zat ik weer een heel stuk beter in mijn lichaam. De meisjes die de jongens na de hutceremonie onder ogen kregen schrokken van hun –anderszijn-. Later vertelden enkelen dat ze de jongens nog nooit zo gezien hadden,… zo dicht bij zich zelf. F(meisje); Wat schrokken wij zeg. Ik had ze nog nooit zo ‘klein’ gezien. Aan de ene kant beangstigend, aan de andere kant mooi, omdat ze allemaal wat niet helemaal echt ‘ik’ was hadden afgedaan, en alleen hun pure zelf over was. Tot slot Welke (andere) vragen, mogelijkheden hebben de jongeren (jongens) van nu? Ik heb niet de pretentie om hier een pasklaar antwoord op te kunnen geven. Ik weet wel dat ze schreeuwen om mannen die hen meenemen om in contact te komen met hun kracht, om woorden te leren geven aan onzekerheden, om broederschap te ervaren, om te leren aarden, om lucht te geven aan datgene waar je van schrikt , om…………………………mens in een jongenslichaam te zijn.
Karel Overbeek, jan ‘05